Een buitenmens met een dorpshart
Hans Koopmans noemt zichzelf een jongen van het dorp. Hij groeide op in ’s‑Graveland, woonde er het grootste deel van zijn leven en woont nu in Bussum. Zijn echte thuis? Dat is zijn werkschuur net buiten Hilversum. “Ik slaap in Bussum, maar ik wóón hier,” zegt hij, terwijl hij uitkijkt over het open weiland.
Jongen van het dorp
’s-Graveland is voor Hans het lint langs de vaart waar zijn hele leven zich afspeelde. Hij zat er op de lagere school, voetbalde bij de club, werkte buiten in de natuur. Zijn ouders woonden in het tuinmanshuis van landgoed Boekesteyn, waar hij later zelf jarenlang bleef wonen. “Ik heb altijd buiten gewerkt,” zegt hij. Zo’n tien jaar bij natuurmonumenten en daarna stapte hij over naar de muskusrattenbestrijding. “Altijd buiten, veel op pad. Dat vrije leven, dat wil je houden.”
Unieke vorm van het dorp
Als hij over ’s-Graveland praat, begint hij bij de vorm van het dorp. Het is een langgerekte strook huizen van bijna zes kilometer langs het water, met statige buitenplaatsen. “Dat zie je niet zo veel in Nederland,” zegt hij. De lintbebouwing maakt ook dat het dorp geen echt plein of dorpskern heeft. Vroeger had je winkels verspreid over Noordereind en Zuidereind: bakkers, melkboeren, supermarkten, kledingzaken, fietsenmakers. “Alles wat je nodig hebt,” zegt Hans.
NK-palingroken
Hans is voorzitter van de Stichting Vechtplassen Palingrook Commissie. Vanuit die stichting organiseert hij, samen met anderen uit de streek, het Nederlands Kampioenschap palingroken in Kortenhoef. Het begon ooit als een dorpswedstrijd bij dorpshuis De Dobber. Samen met zijn vriend Menno Loohuizen maakte hij van dat lokale grapje een landelijke wedstrijd, met tientallen tot honderd rokers uit het hele land. Op die dag komen er volgens hem tien tot vijftienduizend bezoekers naar de regio en worden er tonnen paling gerookt en verkocht. Wat hem het meest raakt, is niet de schaal, maar de inzet: “We hebben honderd vrijwilligers. En ieder jaar staan ze er weer. Dat vind ik fantastisch.” Diezelfde betrokkenheid ziet hij in de sponsoring door dorpsbedrijven en in de vele verenigingen in de dorpen eromheen.
Wonen in de groene luwte
’s-Graveland is voor Hans ook een plek met een bijzondere ligging. Het is het contrast dat hem opvalt: de drukste regio van Nederland, maar toch een rustige plek, met bossen en landgoederen waar je uren kunt wandelen. “Je zit zo in de drukte van de randstad,” zegt hij. “Maar toch is het hier heel rustig. Dat vind je nergens anders.”
Hart in ’s‑Graveland
Terugverhuizen naar het dorp zit er voor Hans waarschijnlijk niet meer in. Hij woont nu in Bussum, maar zijn hart ligt in ‘s-Graveland en de natuur eromheen. Zijn vrienden wonen er nog, zijn stichting komt er samen en zijn herinneringen liggen langs de vaart en in de bossen rondom ’s-Graveland. Of, zoals hij het zelf samenvat: “Wie hier mag wonen, is een geluksvogel.”




