
Noordwest

Hilversum verzamelt verhalen over de plekken van betekenis in jouw wijk. Verhalen van inwoners die trots zijn op hun wijk en dat graag willen delen, zodat ze bewaard blijven voor volgende generaties. Dat doen we door het vastleggen van de verhalen en het maken van wijktentoonstellingen.
Het noordwesten van Hilversum is een bijzonder deel van de stad. Gelegen tussen het centrum en de omliggende bossen, vormt het een groene overgang van stad naar natuur.
Het ontstaan van de eerste villawijken
Wat nu bekendstaat als een bosrijk villagebied begon ooit als open heide met zandpaden en een paar boerderijen. Vanuit het dorp liepen uitwaaierende paden naar de engen en omliggende dorpen. Door de bestrating van de ’s-Gravelandseweg in 1836 werd het gebied beter bereikbaar en nodigde het uit tot de aanleg van buitenplaatsen. Eind 18e en begin 19e eeuw werden bossen aangeplant. De komst van het station in 1874 trok rijke Amsterdammers aan die er hun zomerverblijf bouwden en later verruilden voor een permanente villa in het groen. Zo ontstonden de eerste villawijken, zoals Boomberg en Trompenberg, met brede lanen, grote kavels en sierlijke huizen.
Het groene, ruimtelijke karakter bleef leidend
Ondernemers en bouwers maakten van het gebied een aaneenschakeling van villaparken en -wijken. Rond 1900 volgden nieuwe buurten zoals het Ministerpark bij het dorpscentrum, villa- en wandelpark Nimrodpark, en het Diergaardepark van Frans Blaauw. Die werden soms ontworpen door bekende landschapsarchitecten zoals Hendrik Copijn. Een rijke variëteit aan villa’s en landhuizen vulde de groene en gezonde omgeving. De bewoners showden hun plek en ontmoetten elkaar. De wijk was te herkennen aan de kronkelwegen en ‘rondpoints’ (ronde pleintjes). Ze geven het een parkachtig gevoel dat uitnodigt tot wandelen en flaneren.
Bijzondere plekken
Rond 1900 kreeg Hilversum ook zijn rol als omroepstad. De eerste radiostudio’s verschenen aan de rand van de wijk, wat zich later ontwikkelde tot Mediapark. Het iconische Raadhuis van Willem Dudok werd gebouwd, maar ook de botanische tuin Pinetum werd in die tijd ingericht. In opdracht van bankier Blijdenstein werd de tuin in Engelse Landschapsstijl ontworpen door tuinarchitect Hendrik Copijn.
Verandering na de Tweede Wereldoorlog
Na de Tweede Wereldoorlog groeide het gebied niet verder uit, maar werd wel dichter bebouwd. Grote kavels werden opgesplitst, de buitenplaatsen werden afgebroken, villa’s kregen kantoorfuncties en op sommige plekken verschenen appartementen. Bekende landhuizen maakten plaats voor hoogbouw. Dudoks parkflats Quatre Bras zijn daar een voorbeeld van. Toch bleef het karakter grotendeels behouden dankzij het vele groen, de ruime opzet en de herkenbare oude lanenstructuur.
Rijkdom aan huizen en bouwstijlen
In 2007 kreeg het Noordwestelijk villagebied de status van beschermd stadsgezicht. De unieke en grote wijk kent bijzondere buurten en huizen in allerlei bouwstijlen, van neoclassicistisch tot de Gooise landhuisstijl ontworpen in een groene setting.
Een wijk om te koesteren
Vandaag de dag is de wijk nog steeds geliefd om haar rust, historie en groene karakter. Waar goed is nagedacht over de samenhang tussen het landschap, ontwerp van de buurten en karakteristieke bebouwing. Het noordwesten is een stuk levend erfgoed. Een plek waar de geschiedenis af te lezen is aan de rijkdom van hoogwaardige architectuur, waar wordt gewoond en gewerkt, én die het verdient om met zorg en oog voor detail behouden te blijven.































