In Ankeveen sta je nooit alleen
Op zaterdagochtend staat Karel Spoor het liefst op de markt in Ankeveen. Tussen het brood, de kaas en de vis neemt hij met dorpsgenoten de week door. “Dan ben je een uurtje aan het keutelen en dan ga je weer huiswaarts.” Het past bij hem: een man die zijn dorp nooit verliet en die diep verweven is met het leven in Ankeveen.
Ankevener in hart en nieren
Zijn ouders kwamen ooit uit Leiden naar hier, voor de baan van zijn vader als hoofdonderwijzer op de openbare lagere school. Karel zelf werd in Hilversum geboren, maar groeide op in Ankeveen en bleef er altijd. In de eerste plaats voor de liefde, als tiener leerde hij zijn vrouw kennen in het dorp, en later ook voor de vriendschappen en de gemoedelijkheid. “We hadden een grote groep vrienden, en nog steeds. Als er wat is of wat georganiseerd moet worden, staat er zo een club mensen klaar.”
Verbonden met de ijsclub
Ankeveen is voor Karel vooral samen dingen doen. Dat zie je bij de ijsclub, waar hij al vanaf zijn vijftiende rondloopt en sinds kort voorzitter is. Zijn vader was er vroeger al penningmeester, in de jaren dat het vaak vroor en het ijs wekenlang bleef liggen. Nu is dat anders: de laatste jaren vriest het nauwelijks meer langdurig en bleef een echte ijsperiode uit.
In de startblokken voor ijs
De laatste keer dat er een toertocht werd georganiseerd, was in 2007. “Als de trend zo doorgaat, zijn we over vijf, zes jaar klaar. En dat wil niemand”, benadrukt hij. Mocht het ijs ooit nog eens dik genoeg worden voor een toertocht, dan staat iedereen in de startblokken. “We hebben een geoliede machine klaarstaan, met veegmachines en EHBO, maar het ijs komt niet meer.” Toch blijft de ijsclub voor hem hét gebouw dat nooit verloren mag gaan.
De plassen en haar regels
De Ankeveense Plassen zelf zijn heilig en kwetsbaar tegelijk. In de winter hoopt iedereen op natuurijs, in de zomer mag er bijna niets. Geen watersport, nauwelijks visserij, alleen af en toe een rondvaart van Natuurmonumenten. Karel snapt de regels, maar ziet ook de worsteling: het prachtige gebied dat nauwelijks inkomsten mag opleveren, terwijl de ijsclub onderhoud en dure verzekeringen moet betalen. Daarom is hij betrokken bij de ‘Twaalf uur van Ankeveen’, een eens in de vijf jaar terugkerend sponsorevenement op de plas waarbij roeiteams twaalf uur lang roeien voor het goede doel. Zelf stapt hij in de boot voor de ijsclub. “Help de ijsclub de winter door”, zeggen we dan.
De Dillewijn
Wie Ankeveen echt wil begrijpen, moet volgens Karel ook naar theaterkerk De Dillewijn. Een oude hervormde kerk die dreigde te verdwijnen en nu dankzij vrijwilligers een vol theaterprogramma draait, met cabaret, jazz en kindervoorstellingen. Onder de kerk zit een kelder met bar en garderobe, boven kunnen 120 mensen in de zaal. “Alles is met vrijwilligers gedaan. Niemand verdient eraan, en toch zit het bijna altijd vol.”
Ankeveense mentaliteit
Volgens Karel is juist die mentaliteit typisch voor het dorp. “Zelfwerkzaamheid,” zegt hij zonder aarzelen. Als er iets moet gebeuren en de gemeente langzaam is, pakt het dorp het zelf op. Een wandelpad, snoeiwerk, een activiteit bij de ijsclub: met een paar belletjes is het geregeld. De sociale controle is groot, maar warm. Hij vertelt over zijn 87-jarige schoonvader, bij wie de buurvrouw langskomt als ze hem even niet hoort. “Je weet nooit wat er achter een voordeur gebeurt. Kijk naar elkaar om, dat zou ik de jongeren willen meegeven.”
Voor Karel is Ankeveen een gemeenschap waar mensen elkaar kennen en helpen, waar een kerk verandert in een theater en een houten clubgebouw aan het water staat te wachten op de volgende winter. Of die strenge vorst nog komt, weet hij niet. Maar zijn gevoel over het dorp is helder: “De saamhorigheid, dat is echt uniek. Dat moet blijven.”




